
De werken van Jan Schep vormen een schakel tussen de planten, bouwkunst en poëzie.
Ulmus
Verdwaald iepenzaad
Plakt waar Amsterdammer gaat
Straatbazen bezemen vliesjes op hopen
Waar vierpotigen hun afval verstoten
Een lichtgoene waas spiegelt de grachten
De dagen winnen tijd van de nachten
Oranje vlaggetjes wapperen in haar kroon
Schorsend hoor ik haar stam zonder schroom
Uit het niets fladdert een Iepenspintkever
Niet gewenst maar verstoot haar eitjes eerder
Voor zonsopgang kleven de eitjes aan een tak
Er verschijnt binnen het groene goed een geel vlak
Hijskranig wordt de straat afgezet
Spierballig verdwijnt een plaag uit het wegdek
De planter droomde zijn boom al groot
Niet denkend aan die gen-iepige kever stoot
Jan Schep